Grieken waren de eerste die sokken droegen. Het woord sok is afgeleid van het Griekse woord soccus. De Grieken maakten rond de 8e eeuw voor christus de eerste sokken van dierenhuiden. Deze sokken werden vastgebonden om de enkel.

De eerste sokken waren er om de voeten te beschermen en om ze warm te houden. De Romeinen hebben enkele eeuwen later de sok verder ontwikkelt door fijnere stoffen te gebruiken in plaat van dierhuiden.

In de 18e eeuw ontstonden er in Engeland de eerste kous-brie-atelier en daarna kousenfabrieken. Na 1800 werden ook de meeste sokken machinaal geproduceerd. De uitvinding van nylon rond 1940 betekende een ware revolutie omdat dit materiaal in de vorm van een been kon worden gebracht door het te verhitten. Met de komst van nylon konden sokken elastisch worden gemaakt. Daarnaast was nylon makkelijk te verven, waardoor er patronen in verschillende kleuren in de sok gemaakt konden worden.

Tegenwoordig worden sokken nog steeds voor hetzelfde doel gedragen, namelijk bescherming en warmte. Naast deze basis behoeften zijn mode en comfort wel steeds belangrijker geworden. Tegenwoordig is de sok niet alleen meer een noodzakelijk kledingstuk maar kan het gebruikt worden als een toevoeging aan je outfit.